Historie SAH

De Stichting Airborne Herdenkingen dankt zijn ontstaan aan het voornemen, om na de 25ste herdenking in 1969, deze editie te beschouwen als laatste herdenking van de slag om Arnhem. Dit voornemen stuitte terecht op veel weerstand en mede daardoor is de SAH opgericht. De SAH staat nog steeds voor het op respectvolle en waardige wijze blijven herdenken van de geallieerde opofferingen in september 1944. De oprichter Tanno J. Pieterse († 2015) heeft zijn bevindingen in de loop der jaren toevertrouwd aan het papier. Om een beeld te geven hoe onze stichting ontstaan is, de activiteiten die  men ondernam e.d., citeren wij onderstaand uit enkele passages van zijn persoonlijke geschiedschrijving.

De Airborne Herdenkingen van 1947 tot en met 1969

De periode van vóór 1969 was de tijd van de officiële pelgrimages georganiseerd door het zogeheten Airborne comité in samenwerking met de Engelse autoriteiten. Ik herinner mij nog dat er in de Arnhemse krant een oproep voor gastgezinnen stond, waar mijn ouders prompt positief op reageerden. De veteranen van de slag, ouders, weduwen en/of kinderen en broers en zussen van de gesneuvelden kwamen met een speciale trein: de “Airborne Special”, vanaf Hoek van Holland naar hier. De trein stopte alleen in Oosterbeek en Arnhem om de pelgrims af te zetten. Wij als gastgezinnen stonden hen ieder jaar op het perron op te wachten en bij hun vertrek uit te zwaaien. Ik herinner mij nog dat wij als jongeren wel eens stiekem meereden bij het vertrek uit Arnhem en in Oosterbeek weer uitstapten.

Tot mijn niet uitgesproken verdriet was onze eigen gast geen Arnhem veteraan, maar broer van een Airborne die hier wel gevochten had maar later in Duitsland gesneuveld was en in Kleef begraven lag. Hij en zijn vrouw gingen voor een aparte dienst naar Kleef, waardoor wij alleen naar het Airborne kerkhof moesten. Onze gast had zelf in Birma gevochten en we konden dus niet met hem over de slag om Arnhem praten. Bovendien interesseerde het onderwerp hem niet en hij had ook helemaal geen behoefte om te praten over die slag die ons juist zo zeer bezig hield. Achteraf beseften we wel dat de man zijn eigen oorlogsverleden had dat in de jungle van Birma ook geen pretje was geweest.

Gespitst als wij waren op onze eigen ervaringen tijdens de slag bleven we proberen een Arnhem veteraan te vinden. De enige kans daartoe was aan tafel bij de gezamenlijke maaltijd met de pelgrims in Musis Sacrum in Arnhem. Ik meen dat dat op de donderdagavond was.

Leider van de pelgrimage was altijd een van de hoofd – of opperofficieren van de divisie, die in vol ornaat over de maaltijd presideerde en een tafelrede uitsprak.

We hadden ieder jaar dezelfde oud-strijder met zijn vrouw te gast en de wens om een Arnhem veteraan te spreken te krijgen bleef dus voor een groot deel onvervuld. Wel heb ik op een keer kennis gemaakt met Maurice Knight uit Frome, Somerset, die bij Hartenstein had gevochten. Met hem heb ik zijn aandeel van de slag heel goed kunnen reconstrueren en een saillant detail kwam ik jaren later tegen op een les die ik op de Avond-MEAO gaf aan volwassenen. Maurice leeft nog steeds en legt namens onze Stichting ieder jaar een krans bij het monument van Double Hills waar in 1944 een glider met Royal Engineers op weg naar Arnhem verongelukte. Maurice maakte tijdens de slag deel uit van de H.Q. compagnie R.E. en lag bij Hartenstein in de verdediging.

Hoogtepunt van die pelgrimages was als altijd de dienst op het Airborne kerkhof.

Airborne Begraafplaats 1946 ©GeldersArchief
Airborne Begraafplaats 1946 ©GeldersArchief

“Het interregnum”

Groot was onze teleurstelling toen in 1969 werd meegedeeld dat het dat jaar de laatste airborne herdenking (de 25ste) zou zijn. Zowel de Engelse (o.a. Generaal Urquhart) als de Nederlandse autoriteiten waren van mening dat het beter was om de herdenking te stoppen op het moment dat die nog volledig in de aandacht stond. Men was bang voor een achteruitgang in de belangstelling. “That it would peter out”.

Wij die ieder jaar onze vrienden ontvingen, konden dat gewoon niet verkroppen. Maar ja, wat moet je? Deze ommekeer in onze beleving van de slag die we van zo nabij hadden meegemaakt was gewoon onwerkelijk. Ieder volgend jaar in september hadden we het gevoel dat er iets miste. De officiële pelgrimage was voorbij. Je zag wel wat Engelsen in de septemberdagen, maar die kwamen ongeorganiseerd.

Het enige dat gebleven was, de kerkdienst op het A.B. Kerkhof werd nog gehouden, maar zonder de officiële pelgrims met hun gastgezinnen. In dit verband moet nog vermeld worden dat de Airborne Wandeltocht, door de Politie Sport Vereniging Renkum (PSVR) ter herdenking van de slag georganiseerd, wel ieder jaar gelopen werd, waarbij de wandelaars bloemen konden leggen bij het passeren van het kerkhof.

Ik geloof dat ook de drop van 10 Para op de Ginkelse Heide voortgang vond, maar dat was zuiver een aangelegenheid van 10 Para zelf.

Arnhem_Airborneplein_1994

De Airborne Herdenkingen van 1975 tot en met heden

Toen, in september 1974, liep ik op de Ginkelse Heide twee airborne veteranen met hun dames tegen het lijf, Bert “Tich” Orrell en Ron Lintern. Zij waren op eigen houtje naar Arnhem en Oosterbeek gekomen om het gebied waar ze gevochten hadden nog eens te bezoeken. Ik nodigde ze uit op de thee en bood aan hen met mijn auto rond te rijden waar ze maar wilden. Dat aanbod werd met graagte aangenomen en zo ontstond er een vriendschap die tot hun overlijden jaren later zou blijven. Zij stelden mijn gebaar zodanig op prijs dat ze me later schreven dat ik door hen was voorgedragen als “Honorary Member“ van de Luton Branch van de P.R.A. (Parachute Regimental Association) waar zij lid van waren. Dat feit vond ik geweldig en ik besloot dat ik wat terug moest doen voor die eer. Gewend als ik was aan de pelgrimages uit voorgaande jaren kwam de idee bij me op voor “mijn” branch een pelgrimage te organiseren.

Via de gemeentevoorlichter van de gemeente Renkum, de heer Bob van Krieken, een dienstmaatje van me, kon ik een oproep voor gastgezinnen in Hoog en Laag plaatsen. De reactie was verheugend. Een aantal personen uit de regio meldde zich op mijn artikeltje. Het was een heel geschrijf om alles geregeld te krijgen (toen nog zonder schrijfmachine, laat staan een computer), maar ik smaakte het genoegen dat ik Luton Branch kon uitnodigen dat jaar, 1975, naar Holland te komen voor een pelgrimage. Ik vergeet die eerste keer nooit meer.

De bus met gasten kwam naar mijn huis in het bos bij Bennekom, waar ik toen net woonde, en stopte op de inrit. In mijn kapschuur die we netjes ingericht hadden, stonden tafeltjes met broodjes en thee. Ze hadden kennelijk onderweg niet veel te eten gehad, want de versnaperingen verdwenen als sneeuw voor de zon. De gastgezinnen kwamen ze ophalen en het programma draaide. Ik kan mij dat programma niet meer herinneren, ik heb er nadien nog zoveel meegemaakt dat ik zou moeten gaan verzinnen om het verhaal hier completer te maken. Wat ik wel weet is dat het geheel zo zeer beviel bij gasten en gastgezinnen dat ik uit die gastgezinnen een comité kon vormen om het jaar daarop een herhaling te laten plaatsvinden.

Hulp was ook wel nodig, want het was de pelgrims zo bevallen dat ze het volgende jaar weer wilden komen en nu met twee bussen! En dat bracht natuurlijk het nodige werk met zich mee. Er ontstond een sneeuwbaleffect en zo groeide het hernieuwde herdenken in de jaren daarna tot wat het nu is. Steeds meer mensen gingen meedoen en meldden zich als gastgezin. Ook in het Verenigd Koninkrijk werd de belangstelling steeds groter, vooral via de branches van de Parachute Regimental Association.

De coördinatiegroep 

Aangezien de aantallen pelgrims steeds toenamen leek het mij een goed idee  contact te leggen met andere groeperingen die zich in de regio konden interesseren voor samenwerking.

Met name kwamen in aanmerking het Airborne Forces Security Fund dat de kerkdienst op het Airborne kerkhof regelde en de Politie Sport Vereniging Renkum met de Airborne Wandeltocht. Ook het Airborne Museum, dat vanaf 1949 gevestigd was in Kasteel Doorwerth en in 1978 overging naar de huidige lokatie met daar nauw bij betrokken  de Vereniging Vrienden van het AB Museum werden benaderd.

De laatsten organiseerden weliswaar geen directe herdenkingsactiviteiten, maar waren natuurlijk wel betrokken bij de gedachte. Deze contacten kregen veel respons en het duurde niet lang of we vergaderden regelmatig in het politie bureau te Doorwerth met wat we noemden: de coördinatiegroep.

Donders blij als je ze in de armen sluit
Tanno Pieterse (man in het groene jasje) te midden van veteranen van de Slag om Arnhem. Foto Herman Stöver Bron: De Gelderlander 2008

De oprichting van de Stichting Airborne Herdenkingen (SAH)

De 35ste, 40ste en 45ste herdenkingen waren kroonjaren en werden als zodanig met extra evenementen gevierd. Vooral de 45ste was een succes, en Burgemeester Scholten die dit voor het eerst mee maakte was zeer enthousiast hetgeen ons verzekerde van zijn welwillende medewerking in de volgende jaren. De Rijnhal dan wel de Rijnkom in Renkum werden daarvoor gebruikt en de medewerking van de overheid was daarbij cruciaal. Gelukkig was onze verhouding met de Gemeente Arnhem uitstekend en hun samenwerking geweldig. Peter Paardekooper ook in overleg met Hans van der Laan, wist allerlei deuren te openen en geld los te kloppen voor de extra evenementen, want het LWF geld kon daar natuurlijk niet voor gebruikt worden omdat dat aan ons gegeven was voor onze doelstelling m.b.t. de veteranen.

Voor de 45ste herdenking was besloten een gedenkpenning te laten slaan bij de Rijksmunt in Utrecht uitsluitend voor de Arnhem veteranen. Dat zou rond de 45.000 gulden moeten kosten. Die was ons als subsidie toegezegd, maar die hadden we nog niet. Toch moest de opdracht gegeven worden om op tijd de munten te kunnen uitgeven. Peter Paardekooper en ik hebben toen de opdracht à titre personel ondertekend in het vertrouwen dat we dat geld ook echt zouden krijgen. Als het fout was gegaan hadden we mooi in het schip gezeten.

Om voor de 50ste herdenking eenzelfde risico te vermijden heb ik toen sterk aangedrongen op de oprichting van een stichting die de financiële verantwoording kon dragen. Die stichting kwam er na veel voorbereidend werk door Rinke Fennema van de Vereniging Vrienden Airborne Museum,  Fred Kamps van onze Stichting LWF en Wim Duyts van het bestuur van het Airborne Museum. Onder de door mij voorgestelde en door iedereen geaccepteerde naam “Stichting Airborne Herdenkingen”, kwam  deze organisatie in 1992 tot stand. Hij bestond en bestaat uit de leden van de voormalige coördinatiegroep als hierboven reeds beschreven en werd toen bovendien uitgebreid door de aanstelling van een Nederlandse vertegenwoordiger van de Arnhem 1944 Veterans Club.

Dit is de juiste versie van de geschiedenis van deze stichting, hoezeer ook  andere verhalen hierover in omloop zijn gebracht.

1994 – de 50ste  herdenking

Om aan het eind van dit deel een idee te geven van de omvang van het absolute topjaar 1994 volgen hier wat cijfers en bijzonderheden op een rij.

Aantal ondergebrachte veteranen, (waarvan ruim 130 van over de hele wereld door ons financieel gesteund), flink wat meer dan 1300 bij gastgezinnen, in de Gen. Kootkazerne te Garderen, bij de Brandweer in Presikhaaf. Een geweldige prestatie van de beide toenmalige ‘hosting’ secretarissen Gerrie Bosch en Ed Foppen.

Begroting van ruim 145.000 gulden. Bijeengebracht door de PSVR Kalender verkoop en wandeltocht. Elke deelnemer betaalde 1 gulden extra. Ruim 32.000 wandelaars, tel maar mee!!! Service clubs als de Round Table met een benefiet diner ad FL.120.- per couvert, Rotarians uit de wijde omgeving, Airborne Bridge Drive van mevrouw Van Buuren, Scouting Nederland, veiling van de eerste Hollandse Nieuwe door de Arnhemse ondernemers en vele vaak naamloze particulieren. Het is best mogelijk dat ik er enigen vergeten heb, maar dat krijg je als je zuiver op je geheugen moet vertrouwen. We zaten zo goed in het geld dat we de subsidie van de overheid  niet nodig hadden. Dat kwam dus ten goede aan de SAH.   

De aantallen pelgrims lopen nu vanzelfsprekend terug. Hadden we bij de 55ste  in 1999 een aantal van over de 500, bij de 56ste in 2000 waren dat er ± 250. We verwachten nog éénmaal een sprong(etje) ter gelegenheid van de 60ste in 2004. Daarna zal het wel sterk afnemen. De allerjongsten zijn dan minimaal 78 jaar en het gros toch zeker dik in de 80 en ver daarboven. We zullen wel zien.

Natuurlijk was 1994 een topper, zo ook 1979 (35ste), 1984 (40ste) en 1989 (45ste) de “kroonjaren” die altijd meer deelnemers trokken.

Naschrift:
Ook de latere kroonjaren 1994 (50e) , 2004 (60e), 2014(70e) en 2019 (75e) mochten zich verheugen in een toenemende belangstelling, zowel van Britse, Poolse en Nederlandse zijde. De jongere generaties raken steeds meer geïnteresseerd in het verhaal van toen  en een groeiend respect voor hen die voor hun vrijheid vochten.

De herdenkingen in 2019 werden nog bijgewoond door een twintigtal Britse en Poolse veteranen die daarmee een gedenkwaardige periode van 75 jaar afsloten. In 2020 maakte de Covid19 pandemie het voor alle belangstellenden -uitgezonderd enkele genodigden-  onmogelijk de herdenkingen bij te wonen.

Ginkelse Heide 2020-2
Een lege Ginkelse Heide tijdens de Airborne herdenkingen in 2020. Foto: ©Maarten Weij

All rights reserved! ©

You cannot right-click content of this page.